Migranten en Europa

Deel I: Poëzie van het vluchtverhaal maken

‘Immigratie is als water. Als je het kanaliseert zal het tot rijkdom leiden, zoals in de landbouw, de industrie en het leven. Als je dat niet doet, dan leidt het tot overstromingen, schade en doden.’

Giovanni Paci, bloemist in Via di Pré, Genua, Italië (Via Genua, VPRO, 29 januari 2017)

Dit citaat benoemt heel mooi de keuze waarvoor Europa staat de komende jaren. In deze longread daarom een aanzet tot het in goede banen leiden van migratie in de nabije toekomst, aan de hand van goede ideeën vanuit allerlei richtingen. We beginnen met de vluchtverhalen zelf.

 

Vluchten

We zijn ergens op de Balkan en kijken mee in een koude nacht vanuit het wachtershuisje van de Europese grenspolitie. Met behulp van infraroodstralen wordt de omgeving uitgekamd op de aanwezigheid van menselijke tekenen. Via radars worden de lege velden gescreend, alsof de medewerkers van Frontex op walvisjacht zijn in een grote oceaan. We zien voetafdrukken en even later verschijnt er een rijtje witte spoken in beeld: het is een familie met kinderen. Het zijn waarschijnlijk Syriërs of Afghanen die door de sneeuw lopen, zeggen de grenswachters. Later in de documentaire Flow mechanics (2016), geregisseerd door Nathalie Loubeyre, zien we dat veel vluchtelingen na deze wandelingen door de velden zwarte voeten hebben door de vorst. Maar ze zijn niet bang, zeggen enkelen van hen, omdat ze anders ook doodgegaan waren. Een man afkomstig uit een kamp in Darfur (Soedan) zegt dat hij moest kiezen tussen in het leger gaan en zijn eigen volk uitmoorden, of vluchten naar Europa. Zijn familie heeft hij in het kamp achtergelaten en hij hoopt dat zij zich later bij hem kunnen voegen.

flow-mechanics-spoken2

Film still uit Flow mechanics (2016)

 

De laatste jaren zijn er veel nieuwe films en documentaires uitgebracht die als thema migratie hebben. Drie jaar geleden, voordat het debat over migratie in de belangstelling van de media kwam, schreef ik een longread over dit onderwerp. Ik probeerde toen de situatie te schetsen, te benoemen wie de vluchtelingen waren en enkele oplossingen aan te dragen voor een meer humane behandeling van deze mensen. Nu, in 2017, lijkt de situatie eerder verergerd dan verbeterd. Wel is er in de tussentijd veel nagedacht over alternatieven, bijvoorbeeld dankzij het crossmediale onderzoeksproject De Asielzoekmachine. Er zit echter nog een kloof tussen de ideeën van de mensenrechtenactivisten en andere burgers en het praktisch toepassen hiervan door beleidsmakers. Nogmaals schets ik in deze (tweedelige) nieuwe longread daarom de huidige situatie en de gevoelswereld van enkele individuele migranten, geholpen door films, documentaires, interviewverslagen, een tentoonstelling, een theaterstuk en verder prachtige analyses in Nederlandse kranten en opiniebladen. Door een synthese te geven van de ideeën die naar voren komen in al deze producties en geschriften, geef ik nogmaals enkele wegen door die misschien tot oplossingen kunnen leiden voor de complexe situatie. Daarnaast laat ik zien hoe uit vluchtverhalen ook poëzie en kunst geboren kunnen worden.

Hoewel filmmaker Gianfranco Rosi begin 2014 nog opmerkte dat hij niet zeker wist of hij geestelijk in staat was om een film te maken over alle verdronken kinderen die hij op videobeelden van duikteams zag rond het Siciliaanse eiland Lampedusa (zie mijn eerdere longread), heeft hij uiteindelijk toch een vorm gevonden om dit te doen. Dit resulteerde in de film Fuocoammare (2016). Omdat er op het eiland tot nu toe 400.000 migranten aankwamen, maar er ook 15.000 mensen verdronken, voelde hij toch de noodzaak om dit fenomeen onder de bredere aandacht te brengen. Dit deed hij in de vorm van een film die behalve tragisch ook poëtisch is, doordat het leven van alledag wordt gefilmd van een eenvoudige Siciliaanse familie. Af en toe komen er boten met vluchtelingen aan, maar de bewoners zelf merken hier eigenlijk niet zoveel van, los van de plaatselijke dokter.

Terwijl een jongetje moet proberen zijn luie oog te trainen en ’s ochtends vroeg op pad gaat om in de struiken met vogeltjes te praten, rolt er uit een ander oog, van een Afrikaanse vluchteling, een rode traan. Van binnen is dit oog kennelijk aan het bloeden, maar van buiten is er niets te zien. Dit verstillende beeld symboliseerde voor mij de wanhoop van de hele situatie van de bootvluchtelingen en het leed dat er onder de oppervlakte is bij veel migranten, die er desondanks nog het beste van proberen te maken. In Fuocoammare (Fire at Sea) zien we vluchtelingen die net zijn aangekomen op Lampedusa en die omwikkeld zijn met reddingsdekens, die in het kunstlicht van de nacht een goud-groene glinstering hebben, zodat de vluchtelingen er soms ietwat uitzien als ruimtewezens. Dit zijn ze juist niet, probeer ik in deze longread te betogen. Wel is hun situatie dikwijls uiterst tragisch. Zowel huilende als apathische mannen worden aan boord getrokken. Ze zijn uitgedroogd en in shock en vaak helemaal doordrenkt met benzine. De plaatselijke dokter maakte mee dat vrouwen hun kinderen hadden gebaard tijdens het zinken van een schip en onderwijl verdronken. ‘De navelstreng tussen vrouw en kind zat er nog aan!’ Dit zijn werkelijk gruwelijke gebeurtenissen, die zo’n plaatselijke dokter en de mensen die op zoek zijn naar veiligheid bespaard zouden moeten (en kunnen!) blijven.

fuocoammare_20000378_st_8_s-low
Film still uit Fuocoammare (2016): vluchtelingen in reddingsdekens gewikkeld.

 

Er zijn ook films die positiever gestemd zijn en waarin het vluchtverhaal er eentje is met hoop. In de recente film Als Paul über das Meer kam (2017), die zijn internationale première beleefde op het Internationaal Film Festival Rotterdam, zien we de Kameroense jongeman Paul, die tijdens zijn vlucht van Melilla (de Spaanse enclave in Marokko) gevolgd wordt tot aan Berlijn, de woonplaats van regisseur Jakob Preuss. Het is niet precies duidelijk waarom Paul gevlucht is. Het lijkt te zijn vanuit een gevoel van onbehagen, omdat hij wegens afwijkende politieke denkbeelden van de universiteit werd gestuurd en hij daarna door de bewoners in zijn dorp werd dwarsgezeten bij de opbouw van een plantage. Hij is op zoek naar een beter leven in een omgeving waar hij kansen heeft om zich te ontwikkelen: een typische economische vluchteling dus, die naar mening van veel Nederlandse politici sowieso niet welkom is in ons land. Dit geldt ook voor de Duitse situatie. Paul is echter jong en hoopvol en waagt de gok.

Na veel spannende belevenissen, zoals een tocht van 50 uur op zee en het meerijden met smokkelaars over allerlei Europese grenzen, zien we hem uiteindelijk staan op het balkon van filmmaker Jakob, in de wijk Kreuzberg in Berlijn. Paul geniet van de rust en stilte in deze wijk en het mooie uitzicht en je ziet de hoop in zijn ogen op zo’n soort toekomst, nu hij eenmaal zo ver gekomen is. Het contrast met filmmaker Paul is echter groot. Deze twee bijna even grote mensen, die gedurende de film vrienden zijn geworden, hebben niet dezelfde rechten. Mensen uit Kameroen hebben nauwelijks een kans om asiel te krijgen. Paul gaat toch de Duitse asielprocedure in en later zien we hem tamelijk ongelukkig staan op een ander balkon, in een asielzoekerscentrum in Brandenburg. Hij is vooral ongelukkig omdat hij niet mag werken en dus niets te doen heeft. Later doet hij vrijwilligerswerk in een bejaardentehuis en zien we hem opleven, omdat filmmaker Jakob hem heeft gekoppeld aan zijn eigen ouders, die eigenlijk ook niet veel omhanden hadden na hun pensioen. Paul leert zeer mooi Duits spreken en Jakobs ouders hebben duidelijk plezier in het contact met hem.

Hoe het afloopt en of Paul in Duitsland mag blijven is ten tijde van het voltooien van de film nog onduidelijk. Jakob Preuss maakte de film om te laten zien hoe iemand als Paul model staat voor vele andere vluchtelingen, politiek en economisch, die hun leven wagen op zoek naar een betere toekomst. ‘Zoals we nu verbaasd over de slavernij nadenken’, zegt Jakob in een voice-over in de film, ‘zo zullen we later verbaasd op deze episode uit onze geschiedenis terugkijken, met mensen die moesten verdrinken om te migreren naar Europa. We maken een absurd en onmenselijk intermezzo mee. Het lijkt echter toch nodig te zijn om verder te komen in onze geschiedenis. Veel mensen zullen blijven vechten om een kans te krijgen.’

als-paul-uber-das-meer-kam

Film still Als Paul über das Meer kam (2017)

 

Huidige situatie van het migratiebeleid in Europa

Het aantal mensen dat sterft op de Middellandse zee wordt niet kleiner, maar steeds groter. Dit is het gevolg van het nieuwe Europese grensbeleid, met de Turkije-deal en het sluiten van de grens met Hongarije. Omdat vluchtelingen niet meer de route via Griekenland en de Balkan kunnen kiezen, kiest een steeds groter deel de nog altijd openliggende route over zee naar Italië. Hiertussen zitten ook veel Syriërs. Naast de deal met Turkije zullen er in de komende vier jaar ook deals met verschillende Afrikaanse landen en landen in het Midden-Oosten worden gesloten met als doel om de migratie terug te dringen, door te zorgen dat de zeeroute via Libië naar Europa wordt stilgelegd en vluchtelingen niet meer via deze weg zullen komen. In het kort betekenen de Turkije-deal en de Afrika-deals dat mensen niet meer kunnen vluchten. Het aantal mensen dat op zoek is naar veiligheid, is echter niet veranderd en ze alleen maar terugdringen, is een oplossing die de mensenrechten ernstig schaadt en een manier om het probleem Europa uit te schuiven.

In een recent artikel uit de Groene Amsterdammer van 19 januari 2017 worden door journaliste Irene van der Linde actuele cijfers gegeven over het leed van de bootvluchtelingen in 2016 en worden de nieuwe Afrika-deals van de EU kritisch beschouwd. Het afgelopen jaar was het dodelijkste jaar wat betreft het aantal mensen dat verdronk in de Middellandse zee. Van de 180.000 mensen die via de zee naar Italië kwamen, overleefden 4.576 vluchtelingen het niet. De route naar Griekenland was iets veiliger, maar is nu dus minder aantrekkelijk geworden, omdat vluchtelingen daarna niet makkelijk verder Europa in kunnen reizen en de grens tussen Syrië en Turkije bovendien dicht is door een honderden kilometers lange en drie meter hoge muur, die de Turkse president Erdogan recentelijk liet bouwen. Van de 173.000 mensen die in 2016 via Turkije naar Griekenland kwamen, stierven er 434 in de zee. In totaal gingen er in 2016 elke dag 14 bootvluchtelingen dood, ruim anderhalf duizend mensen meer dan in 2015, terwijl er in 2016 in totaal minder mensen overstaken.

In december 2016 werd door de EU de eerste Afrikaanse deal gesloten met de regering van Mali. In ruil voor het terugnemen en terugdringen van vluchtelingen krijgt het land biometrische apparatuur en bewakingshulpmiddelen. Het plan is om in de nabije toekomst ook dergelijke deals te sluiten met Niger, Senegal, Nigeria, Ethiopië, Tunesië, Libië en daarnaast met landen in het Midden-Oosten zoals Libanon en Jordanië. In deze deals wordt in totaal 8 miljard euro geïnvesteerd. Dit is echter tenminste voor de helft geld dat oorspronkelijk bedoeld was voor ontwikkelingssamenwerking. Judith Sargentini, lid van GroenLinks en het Europees Parlement, zei daarom (geciteerd in een artikel van Bram Vermeulen): ’Nu gaan we met ontwikkelingsgeld muren bouwen om Fort Europa te versterken. Het doel van ontwikkelingssamenwerking was altijd armoedebestrijding. Dat is niet hetzelfde als migratiebestrijding.’ (NRC, 10 juni 2016 ) Dezelfde Bram Vermeulen wijst er in zijn documentaireserie De Trek op dat 95 % van de migratie in Afrika binnen Afrika zelf plaatsvindt, bijvoorbeeld richting Zuid-Afrika. De 5 % mensen die wel naar Europa komen zijn uitverkoren door hun gemeenschap om deze reis te maken. Het zijn vaak mensen met veel potentie.

bram-vermeulen-de-trek

Een scène uit de serie De Trek met presentator Bram Vermeulen (2016)

 

Een deel van de begrote 8 miljard euro voor de Afrika-deals is bestemd voor opvang in de regio, het vergroten van de ontwikkeling in de betreffende landen, het terugnemen van onderdanen, het opzetten van een burgerlijke stand en het digitaliseren van biometrische persoonsgegevens (Groene Amsterdammer, 19 januari 2017). ‘In de praktijk ligt de focus vooral op terugkeer en terugname en op de capaciteitsopbouw van hun grensbewakingssystemen’, zegt de Duitse Anna Knoll, programmamanager migratie bij het European Centre for Development Policy Management in Maastricht. ‘Dit is allemaal in het belang van de EU’, vervolgt ze. Als de betreffende landen weigeren om vluchtelingen terug te nemen, schrijft Irene van der Linde, zullen er strafmaatregelen volgen die gevolgen hebben voor handelsconcessies, de uitwisseling van studenten, de landbouw en meer dingen die juist bevorderlijk zijn voor de economie van de betreffende landen (Groene Amsterdammer, 19 januari 2017).

 

Uit het vluchtverhaal poëzie maken: zoeken naar balans

Door al die aantallen, deals en percentages vergeet je haast dat het bij de vluchtelingen om mensen zoals jij en ik gaat. ‘Hoe kunnen we accepteren dat over deze mensen wordt gepraat in termen van instroom en tsunami?’, vraagt Ola Mafaalani zich af, zelf van Syrische afkomst en sinds 2009 artistiek leider en algemeen directeur van het Noord Nederlands Toneel. Ook historicus Philipp Blom zei in een gesprek in Met het oog op morgen (NPO Radio 1, 19 maart 2016) dat ‘migratie een geopolitiek fenomeen is, en geen crisis’. Europa maakt er echter een crisis van, door de inhumane behandeling van mensen.

Op de Nederlandse publieke omroep zijn er verschillende programma’s geweest die aandacht hebben besteed aan de mens achter de vluchteling. Het meeste indruk op mij maakte de documentaire Wie wij zijn (2016), geregisseerd door Eline Helena Schellekens. In deze documentaire zien we de 26-jarige Koerdische jongeman Mariwan, die op zijn 17de naar Nederland vluchtte. In de jaren dat hij in Nederland wachtte tot zijn asielprocedure voltooid was, ontwikkelde hij zich zelfstandig als kunstenaar, ook al had hij nooit eerder kunst van anderen gezien en geen scholing gehad in zijn land van herkomst, Irak. De documentaire begint met een zin uit een fictieve brief van Mariwan aan zijn vader: ‘Pappa, soms vraag ik me af wanneer alles in balans zal komen. Als iedereen in balans zou zijn, zou niemand iets verkeerds doen.’ Als kunstenaar werkt Mariwan ook met het thema balans. Hij maakt hangende en bewegende constructies, een soort grote perpetuum mobiles.

mariwan

Mariwan werkt aan zijn kunstwerken in de Vluchtkerk in Den Haag. (Bron: Nacht van de hoop, 2015)

 

Gedurende zeven jaar woonde Mariwan, die eerst uitgeprocedeerd raakte, maar later toch een verblijfsvergunning kreeg, op verschillende plekken, waaronder de Vluchtkerk in Den Haag (de Sacramentskerk aan de Sportlaan), samen met andere ‘ongedocumenteerde mensen’. In de jaren dat hij aan het wachten was, mocht hij niks leren, zegt hij. Ook mocht hij niet werken of zijn rijbewijs halen. ‘Ze nemen onze tijd af’. Toch probeert hij het beste ervan te maken. Hij werkt in zijn eigen ruimte tussen tussenschotjes in de Vluchtkerk aan zijn kunst. ‘Ik zorg dat ik niet stil sta. Als je stilstaat en naar problemen blijft kijken, word je gek. Kunst is een boodschap, een taal voor iedereen. Iedereen kan het begrijpen. Het betekent dat ik jou mijn kracht kan laten zien.’ (Wie wij zijn)

Mariwan weet vanuit niets iets moois te maken. Omdat hij weinig middelen heeft, gebruikt hij materialen die hij bijvoorbeeld op straat vindt zoals boomschors, houten planken, karton, gaas, onderdelen van fietsen, metaalstukjes, oud speelgoed en meer. Door die materialen in een nieuw licht te zien, ontstaat er een nieuw soort poëzie. Hij probeert van zijn penibele situatie zijn kracht te maken: ‘Alle verhalen van mensen zonder papieren in Nederland, die probeer ik te maken. Dus ik bouwde een beeld van allemaal materialen die ik had gevonden, een beeld van mensen met hun huis op hun rug, omdat je hier steeds weer moet vertrekken. (…) Ik maakte ook een klok. Die klok ging over mijzelf en over de Koerden. Die klok staat op vijf voor twaalf en dat betekent dat het bijna te laat is, het is bijna genoeg. Voor mijzelf ook. Ik leef al bijna zeven jaar lang zonder huis.’ Dit vertelt Mariwan aan Elleke Bal, die hem interviewt voor de Nacht van de Hoop in 2015. ‘Als iemand geen huis heeft, dan is het net alsof hij geen kleding heeft. Dan ben je naakt, heb je geen privé, geen plek voor jezelf, geen thuis.’ Gelukkig kreeg Mariwan een nieuw thuis in Nederland, al zien we in de documentaire dat hij aanvankelijk moeite heeft met zijn nieuwe (toegewezen) woonplaats Ede, omdat hij inmiddels erg gehecht was geraakt aan Den Haag. Inmiddels zijn we een paar jaar verder en heeft hij misschien toch terug kunnen keren naar de stad waar zijn nieuwe vrienden wonen.

nobody-home-toneelschuur-haarlem

Saman Amini, Majd Mardo en Vanja Rukavina in Nobody Home, met een pruik om een van hun moeders te spelen.

 

Andere mensen die van hun vluchtverhaal poëzie maken zijn de drie jonge hoofdrolspelers van het theaterstuk Nobody Home, dat ik bijwoonde in de Toneelschuur in Haarlem, op een ijskoude dag in januari 2015. Regisseuse Daria Bukvić liet de jongens min of meer zichzelf spelen. Alle drie de jongens werden geboren in 1989 en hebben na jaren in asielzoekerscentra gezeten te hebben, nu goed hun draai gevonden in de Nederlandse theaterwereld en ook steeds beter daarbuiten. Majd Mardo vluchtte op zijn 8ste uit Syrië, groeide op in Groningen en deed daarna de Toneelacademie in Maastricht. Hij zet zich nu in voor uit huis geplaatste jongeren die via theater de kans krijgen hun dromen waar te maken. Saman Amini uit Iran vluchtte op zijn 11de naar Nederland, woonde 6,5 jaar in asielzoekerscentra en kwam daarna via Stichting de Vrolijkheid in aanraking met theater. Momenteel timmert hij als acteur goed aan de weg en is te zien in diverse Nederlandse producties, zowel in het theater als op tv. Vanja Rukavina is afkomstig uit Bosnië, net als de regisseuse.

De drie acteurs doen tijdens intermezzo’s in Nobody Home regelmatig hun moeders na met hele treffende accenten en verder voeren ze steeds acts op van allerlei situaties uit hun levens, bijvoorbeeld tijdens de interviews bij de IND en in de asielzoekerscentra. Ze maken alles belachelijk, maar juist door de humor komt de absurdheid en schrijnendheid van sommige situaties goed over. Zo vertelt een van hen dat zijn familie na een periode in het asielzoekerscentrum tijdelijk een huisje in een bungalowpark kreeg toegewezen. Ze gingen hier incognito als vluchteling (wat ze ook wáren) heen, want in hun mooie kleren, die ze ook bij zich hadden en normaal droegen, zouden ze niet genoeg op vluchtelingen lijken die een huis nodig hadden. Ze schaften expres Turkentassen aan om het vluchtelingen-effect nog te verhogen. Uiteindelijk werden ze in een ijskoude saunahut gezet, waar naast hen ook vrouwen met baby’s in zaten.

Door alle verschillende verhalen van de jongens in Nobody Home en de prachtige indringende liedjes met pianospel, zie je hun waarde als unieke mensen. Tijdens de show stralen ze een enorme hoeveelheid energie uit, die over wordt gebracht op de toeschouwers. Ze dansen, springen en zingen en nemen ondertussen verschillende asielzoekersverhalen op de hak, maar ook de IND die veel te specifieke vragen stelt. De IND zegt steeds ‘We hebben alles in overweging genomen.’ Maar ze luisteren niet echt aandachtig, omdat ze steeds op zoek zijn naar aanwijzingen dat mensen liegen. En ‘alles wat je zegt wordt getypt, ze gaan niet rustig tegenover je zitten en luisteren.’ De drie acteurs benadrukken ook dat veel afhangt van toeval. De situatie kan zo andersom zijn. Er kan een oorlog komen in Nederland en Nederlanders willen dan ook waardig in andere landen ontvangen worden.

nobody-home
Affiche van het theaterstuk Nobody Home (2014-2016)

 

 

Migranten en Europa

Deel II: Denken naar oplossingen toe

De ervaringen die migranten hebben in hun leven leiden tot de prachtigste films, boeken, documentaires, theaterstukken en kunstwerken, maar niet iedereen is natuurlijk fysiek en geestelijk in staat om poëzie van zijn vluchtverhaal te maken. Ook alle andere mensen hebben recht op een veilige toekomst en op een waardige ontvangst. Zelfs met dat laatste is het nog goed mis in Europa. Vluchtelingen voelen zich behandeld als tweederangsburgers. Dat ze niet kunnen werken is heel demotiverend en ook niet bevorderlijk voor hun integratie.

7-days-in-syria

Film still uit 7 Days in Syria (2015)

 

Tijdens een Q & A-sessie na de documentaire 7 days in Syria (2015) bij het Movies that Matter Film Festival (2016) in Den Haag wendden een Syrische fotojournalist en zijn vertaler zich in een indringend moment tot het publiek en zeiden dat ze niet begrepen waarom alles zo moeizaam ging met de procedures in Nederland. Het enige dat ze wilden, zeiden ze, was ‘gewoon mens zijn, zoals jullie’. Ze vertelden over de oorlog waaruit ze gevlucht waren en dat oorlog betekende dat hun land jaren teruggeworpen was in de tijd van de beschaving. Hun familie en vrienden moesten weer in de rij staan voor brood, koken op hout of op de kachel en stroom werd opgewekt met stroomgeneratoren. In de documentaire zien we hoe een vader zijn zoon aan het begraven is, in hele nette kleren. De verslagenheid op zijn gezicht is goed te lezen. Hij had zijn zoon altijd zo goed mogelijk proberen op te voeden en beschermen.

Toen ook scholen en ziekenhuizen gebombardeerd werden, besloot de Syrische fotojournalist om uiteindelijk ook te vluchten uit Aleppo. In Nederland probeert hij nu een nieuw leven en menswaardig bestaan op te bouwen. Andere mensen gaan nu voorzichtig weer terug naar Aleppo, wat tijdens het Film Festival Rotterdam te zien was in de korte documentaire Greetings from Aleppo (2017). Hoewel de beschietingen nog lang niet voorbij zijn, komen mensen met matrassen op het dak van hun auto’s gestapeld na vijf jaar afwezigheid weer terug in hun huizen zonder ramen en deuren. Ze proberen te laten zien dat ze niet overwonnen kunnen worden en hun land weer willen opbouwen. Niet iedereen heeft echter nog die kracht, dus veilige vluchtwegen zijn nog altijd noodzakelijk. Situaties zoals die in Griekenland of de Balkan, waar gezinnen met kleine kinderen moeten kamperen in modderpoelen of winterkou, moeten alleszins voorkomen worden.

greetings-from-aleppo

Film still uit Greetings from Aleppo (2017)

 

Een waardige ontvangst?

Ook in Nederland zouden vluchtelingen waardiger ontvangen moeten worden. Het zijn vaak wereldwijze jonge mensen met veel potentie en als ze de hele dag niks te doen hebben vervallen ze in depressies. In Amstelveen proberen ze binnen de gestelde grenzen toch alles eraan te doen om asielzoekers controle over hun eigen situatie te laten voelen, zo bleek uit een artikel uit de NRC door Bas Blokker (3 maart 2016). Asielzoekers mogen zelf koken en vrijwilligerswerk doen en ze streven ernaar leefgeld te geven, wat nu nog niet mag van de Nederlandse regering. De gemeente Amstelveen wil asielzoekers waardig opvangen, alsof ze nooit meer weggaan. Dit is in belang van hun integratie op de langere termijn. Daarom regelen ze zo snel mogelijk cursussen, taallessen en gesprekken met andere inwoners

de-reunie-18-dec-2016

Scène uit De Reünie (18 december 2016). Vluchtelingen gaan na 1,5 jaar terug naar de hal waarin ze bij aankomst in Nederland een tijdje sliepen en halen herinneringen op.

 

Uit het programma De Reünie (december 2016), waarin naar Nederland gevluchte mensen 1,5 jaar na hun aankomst geïnterviewd werden door Patrick Lodiers, bleek dat wat de vluchtelingen als het zwaarste en ergste hadden ervaren het feit was dat ze niet konden werken. Ze hadden ‘teveel tijd om niets te doen’, zeiden ze, wat ertoe leidde dat ze zichzelf dingen aan wilden doen. De geïnterviewde mensen hadden in hun thuisland (meestal Syrië) beroepen als binnenhuisarchitect, verpleegkundige, vertaler Engels-Arabisch, jurist internationaal recht, of waren nog studenten (in economie en maritiem transport). Het zijn hoogopgeleide mensen met dromen, talenten en ambities. Hun komst zou kunnen leiden tot economische groei waarvan iedereen profiteert. Dit wordt echter niet genoeg gezien door de Nederlandse overheid. In de 1,5 jaar dat ze in Nederland woonden, hadden sommigen al verbleven in 11 verschillende asielzoekerscentra, terwijl ze bij aankomst al getraumatiseerd waren door hun geografische verplaatsingen. Ze wilden zo graag rust hebben en de ruimte om zich verder te ontwikkelen. Hun kinderen waren vaak behoorlijk gelukkig in Nederland, maar zijzelf moesten nog wennen aan het duimen draaien en het gemis van hun familieleden. Ze wilden zo graag iets om zich mee bezig te kunnen houden. Vrijwilligerswerk bood gelukkig soms uitkomst.

De Ivoriaanse muzikant Cyriaque Kouenou merkt in de documentaire Home (te zien bij het IDFA-festival in 2014) over zijn situatie in een opvangkamp in Amsterdam Osdorp op dat als er in hun eigen land buitenlanders op bezoek kwamen, dat zij dan zelf op de grond gingen slapen. In Nederland is men minder gastvrij. ‘Hoe moet een mens uit de stront komen als die stront weer in zijn kont gestopt wordt?’ In de documentaire komen zijn muzikale talenten naar voren. ‘We zien vluchtelingen als mensen die alles verloren hebben en ons nodig hebben, maar we vergeten dat het ook mensen zijn die ons dingen te bieden hebben.’, zegt ook Caroline Brothers in de VPRO-gids over haar boek Achterland (2016) dat gaat over twee jonge Afghanen die naar Europa vluchten. ‘Ze hebben niets bij zich, behalve hun kleren, hun levenslust en hun moed’ staat op de achterflap van dit boek. Door hun levenslust niet te temperen, maar juist aan te wakkeren, kunnen ze heel veel bereiken, lijkt mij.

home-film-still

Scene uit Home met de muzikant Cyriaque Kouenou (2014)

 

Goede ideeën voor oplossingen: reguliere arbeidsmigratie, private sponsorship en een grotere rol voor het bedrijfsleven.

Momenteel neemt Europa geen collectieve verantwoordelijkheid voor de slechte regulering van de migratiestromen en zijn Griekenland en Italië nog altijd ernstig overbelast, zoals ook duidelijk werd uit de documentaire Via Genua (2017), waarin Ilja Leonard Pfeiffer liet zien dat er voor Afrikaanse immigranten in Italië weinig perspectief is, omdat de jeugdwerkloosheid onder Italianen zelf al rond de 40% ligt. Een positiever beeld bood de burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando, die in de Tegenlicht-uitzending ‘Italiaanse lente’ (30 oktober 2016) liet zien dat migratie beter per stad dan per land geregeld kan worden. ‘Internationale mobiliteit is een mensenrecht’, stelt Orlando, en de ‘visumplicht is een vorm van nieuwe slavernij.’ In Tegenlicht is dan ook te zien dat hij alle bootvluchtelingen een warm welkom heet in Palermo en hen persoonlijk gaat begroeten. ‘Europa moet worden als Sicilië’, zegt hij, ‘een mozaïek en geen schilderij’.

Anna Knoll zegt in het genoemde artikel van Irene van der Linde in de Groene Amsterdammer dat het goed zou zijn als er een mogelijkheid voor reguliere arbeidsmigratie vanuit Afrika komt, door middel van het creëren van meer legale routes naar Europa. Dit kan bijvoorbeeld door de instelling van transitcentra, een mogelijkheid die ik ook al in mijn longread van 2014 opperde. Door de grenzen steeds beter te bewaken (zoals het plan is van de EU), zegt Knoll, zullen smokkelaars juist profiteren en duurder, professioneler en crimineler worden. Er wordt zo dus een volgend probleem gecreëerd en de migranten zullen toch blijven komen. ‘Illegale migratie kan je alleen tegengaan met legale migratie’, stelt ook de Duitse Killian Kleinschmidt, ex-manager van het vluchtelingenkamp al-Zaatari in Jordanië in een interview door Caroline de Gruyter in de NRC (3 maart 2016). Zijn oplossing is om vluchtelingen uit oorlogsgebied in hun eigen regio asiel in Europa te laten aanvragen. ‘Als ze in aanmerking komen, dan pas vlieg je ze naar Europa.’ Dit geldt dus ook voor arbeidsmigranten, vindt hij. De oplossing van Knoll en Kleinschmidt lijkt voor veel van de huidige problemen te helpen, omdat je dan niet meer de gevaarlijke vluchtroutes hebt en bovendien niet meer de lange wachttijden in asielzoekerscentra en de opvang in detentiecentra voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Bovendien zal er minder criminaliteit zijn, omdat migranten gelijk iets te doen zullen hebben in het land van aankomst. Ze krijgen een werkvisum en daarmee een plek in de samenleving, in plaats van dat ze als tweederangsburgers in de marge blijven fungeren. Velen zullen met graagte zo’n werkvisum accepteren en zich inzetten voor hun nieuwe banen. Werk geeft veel mensen zin in het leven. Dat geldt evengoed voor ons als voor hen.

leoluca-orlando-png

Scène uit Tegenlicht: Italiaanse lente (2016), met burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando.

 

Een andere oplossing die in de NRC van 18 februari 2016 besproken werd door Marc Leijendekker is om het bedrijfsleven te laten betalen voor de talencursus van bepaalde vluchtelingen, die zodra ze de taal beheersen voor de deelnemende bedrijven gaan werken. In Duitsland gebeurt dit nu op steeds grotere schaal. De Industrie en Handelskamer van Keulen betaalt bijvoorbeeld talencursussen voor vluchtelingen uit Eritrea, Pakistan en Syrië. Ook is er een consortium opgericht van 36 toonaangevende Duitse bedrijven, die vluchtelingen talencursussen en opleidingen aanbieden. Deelnemende bedrijven hieraan zijn bijvoorbeeld Adidas, Bosch, Boss, Deutsche Bank, Deutsche Post, Lufthansa, Opel, Siemens en Volkswagen. Op deze manier zou je een deel van de momenteel voorkomende problemen kunnen oplossen buiten de overheid om. Zoals in het voorgestelde systeem van Knoll en Kleinschmidt met de transitcentra in verschillende Afrikaanse landen, kunnen bedrijfsleiders bijvoorbeeld banen adverteren voor posities waar ze specifiek opgeleide mensen voor zoeken. Mensen kunnen dan in hun eigen regio solliciteren en de reacties afwachten, en vervolgens legaal naar de betreffende landen komen. Om dit in goede banen te leiden, stelt Knoll voor om verschillende visa-systemen in te stellen: humanitaire visa voor vluchtelingen, zoals Syriërs en werkvisa voor andere migranten.

Een andersoortige oplossing is om in Syrië veilige bufferzones te creëren. Dit wordt voorgesteld door migratiedeskundige Demetrios Papademetriou, die in Brussel het Migration Policy Institute Europe leidt. Caroline de Gruyter interviewde hem voor de NRC (15 februari 2016). Als er bufferzones komen, dan hoeven er minder Syriërs naar Europa te komen. Er moet dan wel aan gewerkt worden om op die bewuste plekken perspectief te creëren. Ook Syriërs die momenteel een marginaal bestaan leiden in Turkije of Libanon kunnen dan naar die bufferzones komen. Op deze plekken kan eventueel ook individuele screening komen, waarna Syriërs veilig naar Europa kunnen reizen.

asielzoekmachine-nutshuis2

Brainstormsessie tijdens een (andere) bijeenkomst van het project De Asielzoekmachine, in het Nutshuis in Den Haag op 17 mei 2016.

 

Tijdens het onderzoeksproject De Asielzoekmachine werden tijdens een brainstormsessie die ik in mei 2016 bezocht in het Humanity House in Den Haag, verschillende oplossingen voor de toekomst geopperd. Het naar mijn mening interessantste idee dat werd gepresenteerd, door Hanne Beirens (onderdirecteur van het Migration Policy Institute Europe), was het idee voor ‘private sponsorship’ van asielzoekers. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door universiteiten of religieuze instituten. De regering hoeft hier niet per se aan mee te betalen, maar moet de processen wel reguleren. Tijdens de brainstormsessie met verschillende leden uit het publiek (waaronder ook veel migranten die al enkele jaren in Nederland waren) kwamen we erop uit dat ook het bedrijfsleven zo’n sponsorship zou kunnen verzorgen en zelfs individuele families. ‘Sponsorship agreement holders’, zowel publieke als privépartijen, kunnen vluchtelingen helpen bij integratie, taal en werkgelegenheid. De overheid zou burgers die het willen de mogelijkheid moeten geven om te helpen. Het hele systeem zou hier zelfs door vervangen kunnen worden op den duur. De overheid sponsort bijvoorbeeld een groep mensen (zoals een buurt in een stad) en die krijgt de verantwoordelijkheid om een groep asielzoekers verder te helpen.

In Canada bestaat al sinds 1978 een Private Sponsorship of Refugees Program (PSR). Brechtje Keulen beschrijft in de Groene Amsterdammer van 9 februari 2017 de voor- en nadelen van dit programma in de laatste jaren. Tot oktober 2016 kwamen er al 13.000 Syriërs op deze manier naar Canada. Ze werden in hun eerste jaar meestal gesponsord via crowdfunding, georganiseerd door vrienden of familieleden, en ook soms door mensen die in de jaren ’90 zelf als vluchteling naar Canada kwamen, bijvoorbeeld uit Servië. De Syrische vluchtelingen die geholpen werden door privésponsoring  vonden sneller werk, verdienden meer, en beheersten de taal sneller dan Syriërs die via de overheid opgevangen werden. Nadelen die de Syriërs ondervonden was het ongemak geld aan te nemen van anderen en een te grote bemoeienis met ieder aspect van hun leven. Een moskee die actief meehielp bij het hervestigen van vluchtelingen werd met stenen bekogeld en beklad door anti-immigratiegroeperingen.

Andere dingen die werden geopperd in de generale discussie bij De Asielzoekmachine waren een Foster Parents Plan voor asielzoekers in kampen en het idee dat landen die geen vluchtelingen willen opnemen, gedwongen moeten worden om andere steun te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van voedsel in kampen. Aan deze ideeën kan ik nog toevoegen dat asielzoekers ook heel goed als buddy’s zouden kunnen fungeren voor bejaarden en andersom, zoals we zagen in de film Als Paul über das Meer kam.

 

Andere oplossingen: opvang in de regio? Of ‘gewoon’ een nieuwe stad bouwen?

Als er toch meer in de regio zelf zou moeten gebeuren dan is de beste oplossing om Europese bedrijven fabrieken te laten bouwen in Afrika in plaats van in Azië, om banen te werven, zoals in de documentaireserie De Trek (2016) van Bram Vermeulen wordt geopperd. Dan zou er op den duur geen immigratie uit Afrika meer nodig zijn, want werkloosheid is de belangrijkste reden om te vluchten, ook bij goede levensomstandigheden. Voorwaarde is wel dat er gebouwd wordt in landen met relatieve vrede en stabiliteit en dat er gewerkt wordt aan verbetering van de infrastructuur en de bestrijding van corruptie.

Opvang in de regio van Syrische vluchtelingen is nu vooral in Turkije en Libanon geen ideale oplossing, omdat die landen sterk overbelast zijn. Marlou Schrover, hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden, zegt in het gesprek met Irene van der Linde in de Groene Amsterdammer dat opvangkampen in Libanon en Jordanië kampen met een gebrek aan geld. Er is daardoor een gebrek aan eten, werk, scholing, ziekenzorg en dekens. Dit zou sterk verbeterd moeten worden om mensen hier een menswaardig bestaan te geven.

In de Tegenlicht-uitzending ‘Halte Istanbul’ (20 maart 2016) over opvang in de regio bedekken sommige Syriërs die in Istanbul gefilmd worden hun gezicht, omdat ze zich schamen voor hun situatie. We zien in deze uitzending jongens van 13 jaar, die niet naar school gaan en in plaats daarvan meer dan 12 uur per dag werken, om hun families te onderhouden. In Turkije zitten op dat moment 2,5 miljoen Syriërs, waarvan 400.000 kinderen niet naar school gaan. Als ze geen perspectief krijgen, blijven ze naar Europa komen, stelt Tegenlicht. Hoewel Syrische vluchtelingen in Istanbul wel mogen werken en gaan en staan waar ze willen, worden ze wel sterk onderbetaald en uitgebuit. Toch zijn ze ondernemend en sparen voor de bootreis naar Europa. Ze geven Turkije niet de schuld van de mensen die verdrinken op zee. De EU is de enige schuldige, zeggen ze, omdat die hen geen andere keus laat. ‘Alleen als je de zeereis overleeft ben je welkom’. En dat lijkt gezien alle hierboven beschreven belevenissen nog een understatement.

cebdzguxiaawhmj

Een scène uit Tegenlicht: Halte Istanbul (2016). Een Syrische moeder en haar kind.

 

Ook in Libanon is de opvang in kampen niet optimaal in orde, hoewel het land erg zijn best doet. Het land telt 4 miljoen inwoners en in totaal zijn er nu daarbovenop al 2 miljoen vluchtelingen aangekomen: 500.000 Palestijnen en 1,5 miljoen Syriërs. Er zijn maar 275.000 Libanezen die onderwijs volgen en daar komen nu opeens 400.000 jonge Syriërs bij. Het systeem is hier niet op berekend, net als het land niet is berekend op zoveel extra inwoners, zoals in de documentaire Post Beiroet te zien was (NPO 2, 23 mei 2016). Er zijn problemen met stroomvoorziening en afvalverwerking en er is overal grondwatervervuiling in de buurt van de kampen.

Opvang in de regio is dus nog verre van ideaal, hoewel er met meer geld voor ontwikkeling en basisbehoeften veel bereikt kan worden. Wat in ieder geval wel werkt, volgens Killian Kleinschmidt is om minder tijdelijke en meer permanente opvangkampen te maken, zoals Al-Zaatari in Jordanië. Al-Zaatari heeft zich gaandeweg ontwikkeld tot een nieuwe stad, bewoond door voornamelijk Syriërs, vertelt Kleinschmidt in het eerder genoemde interview met Caroline de Gruyter in de NRC. Kleinschmidt, voormalig manager van Al-Zaatari, zag de tomeloze energie die vrijkomt als je mensen die hun huis hebben moeten verlaten, hun gang laat gaan. Hij liet ze expres zelf hun kamp inrichten: modderpaden werden bestraat, tenten werden langzaam kleine huizen, allerlei kleine bedrijfjes werden opgericht zoals reisbureaus, kapperszaken, fietsenmakerijen en cateringbedrijven. Veel families regelden zelf elektriciteit, zelfs al had de VN geen geld om het te leveren. De vluchtelingen hadden de hele dag wat te doen en schermutselingen maakten zo plaats voor bedrijvigheid. ‘Al-Zaatari is geen ideale, maar wel een echte stad, een stad die van hen is, een broedplaats voor innovatie en hi-tech’, zegt Kleinschmidt. Er ontstonden in Al-Zaatari bijvoorbeeld innovatieve methoden voor riolering en huisvesting. ‘De beste ontwikkelingshulp is investeren in migratie’, stelt Kleinschmidt.

De Britse documentaire The refugee camp: Our desert home (BBC, 21 juli 2016) liet zien dat er in Al-Zaatari 80.000 mensen wonen, waarvan de helft onder de 18 jaar is. Daar zitten dus veel kansen voor ontwikkeling. Er zijn in vier jaar 11 ziekenhuizen, 2 supermarkten, 3000 kleine winkels en 24.000 huizen gebouwd. In totaal worden er 300.000 broden per nacht gebakken. Een leuk detail is dat bijna alle fietsen in het kamp zijn gedoneerd door Nederland. De gevluchte Syriërs krijgen iedere dag eigen geld, zodat ze controle voelen over hun eigen leven. Wat nog moet verbeteren de komende jaren in Al-Zaatari zijn de kansen voor opleiding. Omdat die er nu nog te weinig zijn, worden veel jonge Syrische meisjes al vanaf 12-jarige leeftijd uitgehuwelijkt, omdat ze op die manier een bron van inkomsten zijn voor de families en er daarna bovendien een mond minder te voeden is. Ook jongens vanaf 14 jaar gaan liever werken dan naar school, om hun families te helpen.

_88096406_jordan_zaatari_mc_camplife-0001

Al-Zaatari, Jordanië

 

In Europa waren er veel kansen om een kamp zoals Al-Zaatari op te zetten, namelijk in de vorm van The Jungle bij Calais. Bij de tentoonstelling Calais – From Jungle to City van fotograaf Henk Wildschut in FOAM (april-juni 2016) was de razendsnelle en organische ontwikkeling van The Jungle (II) in de duinen van Calais prachtig te zien. Hoewel hun kamp al eenmaal met de grond gelijk was gemaakt door de Franse regering, bouwden de migranten hun kamp toch nogmaals op. Omdat de asielproblematiek zo actueel is, plaatste Wildschut in FOAM elke maand foto’s bij van de actuele situatie in het vluchtelingenkamp en waren alle zaalteksten met de hand, met krijt, op de muur geschreven, zodat ze steeds konden worden aangepast. Prachtig was te zien hoe de groepsdynamiek in het kamp ertoe leidde dat een geïmproviseerd kamp zoals The Jungle (II) binnen korte tijd veranderde in een steeds beter functionerende ‘stad’, waarin binnen een paar maanden al moskeeën, kerken, restaurants, winkels, hamams en bakkers waren gebouwd. Via foto’s met intervallen van een maand was te zien hoe koepeltentjes eerst veranderden in grotere tenten en daarna in houten constructies en uiteindelijk houten huizen. Ook zag je vlaktes met zand en distels door actief weghakken veranderen in een stratenplan. Lantarenpalen werden geregeld om de veiligheid te verhogen en ook kwam er al snel stromend water. Het ging Wildschut erom om de veerkracht en het doorzettingsvermogen van de mensen te laten zien. Helaas heeft de Franse regering ook dit kamp later weer totaal verwoest, zodat de fase met stenen huizen geen kans kreeg. Er gaan geruchten dat het kamp binnenkort weer nieuw leven ingeblazen zal worden.

henk-wildschut-europe-by-people-2

Foto van Henk Wildschut uit The Jungle (II) in Calais.

 

Wat mij betreft zit in bovenstaande oplossingen de weg naar een humaner beleid in de toekomst. Creëer legale vluchtroutes, legaliseer de migratie via transitcentra en werkvisa, maak een systeem van private sponsorship voor asielzoekers, laat het bedrijfsleven de integratie deels betalen en zorg ervoor dat vluchtelingen iets om handen hebben door ze zelf te laten werken of zelfs een hele nieuwe stad te laten bouwen.


Bronnen:

Documentaires, films en tv-programma’s:

    • 7 Days in Syria (2015), regie Robert Rippberger. Deze documentaire was te zien tijdens het Movies that Matter Film Festival in maart 2016.
    • Als Paul über das Meer kam (When Paul came over the Sea) (2017), regie: Jakob Preuss. Te zien bij het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) 2017.
    • De Asielzoekmachine (2016), regie: Eefje Blankevoort en Els van Driel. NPO2, 20 juni 2016.
    • Flow Mechanics (La mécanique des flux) (2016), regie Nathalie Loubeyre. Deze documentaire was te zien tijdens het Movies that Matter Film Festival in maart 2016.
    • Fuocoammare (Fire at Sea) (2016), regie: Gianfranco Rosi.
    • Greetings from Aleppo (2017), regie Issa Touma, Thomas Vroege en Floor van der Meulen. Te zien bij het Internationaal Film Festival Rotterdam (IFFR) 2017.
    • Home (2014), regie Ramón Gieling, HUMAN/Mediafonds, NPO 2, 3 februari 2015.
    • Post Beiroet (2016), regie: Maria Mok en Meral Uslu. KRO/NCRV, NPO2, 23 mei 2016.
    • The refugee camp: Our desert home (2016). BBC 2, 21 juli 2016.
    • De Reünie, KRO/NCRV, gesprek met asielzoekers die in 2015 naar Nederland kwamen. 18 december 2016, presentatie Patrick Lodiers, NPO 1.
    • Tegenlicht: ‘Eurotopia’, interview met Ulrike Guérot, regie: Britta Hosman, 11 december 2016.
    • Tegenlicht: ‘Halte Istanbul’, over opvang in de regio, regie: Shoresh Kalantari, 20 maart 2016.
    • Tegenlicht: ‘Italiaanse lente’, over burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando, regie: Bregtje van der Haak, 30 oktober 2016.
    • De Trek (2016), VPRO, presentator: Bram Vermeulen, regie: David Kleijwegt en Alexander Oey. Uitgezonden op NPO 2 op 6, 13, 20 en 27 november 2016 in vier delen: De smokkelaar, De xenofoob, De drenkeling en De gedeporteerde. http://www.vpro.nl/programmas/de-trek.html
    • Via Genua (2017), VPRO, presentator: Ilja Leonard Pfeiffer, regie: Hans Pool. Uitgezonden op NPO 2 op 20 en 29 januari en 5 februari 2017. http://www.vpro.nl/programmas/via-genua.html
    • Welcome to the Jungle (2016), regie: Maaike Engels, NPO2, 6 juli 2016.
    • Wie wij zijn (2016), Bodhi TV, regie: Eline Helena Schellekens. Uitgezonden op NPO 2 op 6 maart 2016.
    • Zembla: ‘Fatale overtocht’: het vervolg, NPO 2, 2 november 2016.

     

    Kranten, tijdschriften en online-publicaties, geordend volgens voornamen:

      • Bas Blokker, ‘Doe alsof ze nooit meer weggaan’, NRC, 3 maart 2016.
      • Bram Vermeulen, ‘De veermannen van de Sahara’, NRC, 20/21 februari 2016
      • Bram Vermeulen, ‘Hulpgeld om muren te bouwen’, NRC, 10 juni 2016.
      • Bram Vermeulen, ‘Keurigheid in tijden van onfatsoen’, NRC, 25 februari 2016.
      • Brechtje Keulen, ‘Bring us the refugees! Welkom in Canada’, Groene Amsterdammer, 9 februari 2017.
      • Brenda Stoter, ‘De Arabische droom? Gedwongen trouwen in Jordanië’, Groene Amsterdammer, 1 februari 2017.
      • Caroline de Gruyter, ‘Europa, stop met mauwen, legale migratie is een zegen.’ (Interview met Killian Kleinschmidt, ex-manager vluchtelingenkamp al-Zaatari Jordanië.) NRC, 3 maart 2016.
      • Caroline de Gruyter, ‘Laat vluchtelingen zwart werken!’(Interview met Friedrich Schneider, Duits-Oostenrijks econoom.) NRC, 23 februari 2016.
      • Caroline de Gruyter, ‘Natuurlijk kun je migratie stoppen!’ (Interview met Demetrios Papademetriou, migratiedeskundige). NRC, 15 februari 2016.
      • Christiaan Pelgrim, ‘Elke dag komen er 80 baby’s bij’, NRC, 22 februari 2016.
      • Dore van Duivenbode, ‘De oorlog heeft ons niet verwoest’ (Over de documentaire Greetings from Aleppo), IFFR Today, 4 februari 2017.
      • Elleke Bal, ‘Thuis is voor mij de plek waar je zelf dingen mag beslissen’ (Interview met Mariwan Sinjawi), Nacht van de Hoop: http://www.nachtvandehoop.nl/thuis-is-voor-mij-de-plek-waar-je-zelf-dingen-mag-beslissen/
      • Herien Wensink, ‘100 asielzoekers openen Theaterfestival’, NRC, 4 september 2015.
      • Irene van der Linde, ‘De dodelijkste grens ter wereld. De EU-Afrika-vluchtelingendeals’, Groene Amsterdammer, 19 januari 2017.
      • Katja de Bruin, ‘Twee jongens op zoek naar geluk’(Over het boek Achterland van Caroline Brothers), VPRO-gids, september 2016.
      • Loes Singeling, ‘Ik wil geen geld, ik wil een normaal leven en werk’, de Volkskrant, 11 augustus 2015.
      • Marc Leijendekker, ‘Eerst al die naamvallen, dan een baan’, NRC, 18 februari 2016.
      • Marloes de Koning, ‘De smokkelaars vertrouwen ze wel’, NRC, 4 maart 2016.
      • Monique Kremer, ‘Leveren deze vluchtelingen de schatkist juist wat op?’ de Volkskrant, 11 augustus 2015.
      • Peter Vermaas, ‘Migranten in Calais geven de hoop niet op’, NRC, 26 februari 2016.
      • Redacteur van Stichting Kansvol, ‘De kracht van kwetsbaarheid’, over Mariwan Sinjawi, 11 juli 2014: http://www.liefdenetwerk.nl/forum/viewtopic.php?t=3683&p=3757#.WJsUEvKFGxs
      • Stéphane Alonso, ‘Grensbewaking drijft Europa uiteen’, NRC, 26 februari 2016.

       

      Andere projecten:

        • Crossmediale onderzoeksproject De Asielzoekmachine: http://asielzoekmachine.nl/. In het kader van dit project bezocht ik op 19 mei 2016 de brainstormsessie ‘How to improve the European asylum policy?’ in het Humanity House in Den Haag.
        • Henk Wildschut, Calais – From Jungle to City, FOAM, 8 april – 5 juni 2016.
        • Met het Oog op Morgen. Gesprek met historicus Philipp Blom over migratie. NPO Radio 1, 19 maart 2016.
        • Nobody Home, theaterstuk gezien op 20 januari 2015 in de Toneelschuur in Haarlem. Regie: Daria Bukvić. http://nobodyhome.nl/